Handvest van 4 december 1992 van de gebruiker van de Openbare Diensten

Inhoud

Voorwoord

Deel I - Algemene Principes

Deel II - Maatregelen


Voorwoord

Een betere dienstverlening door de openbare besturen moet bijdragen tot de verbetering van de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid.
In het Regeerakkoord kondigde de Regering aan een handvest van de gebruiker van de openbare diensten te zullen uitwerken in het kader van de politieke en bestuurlijke vernieuwing.
Het Handvest heeft tot doel algemeen richtinggevend te zijn voor het handelen van alle federale openbare diensten. Alle betrokken instanties moeten het zo concreet mogelijk toepassen.
Dit Handvest is van toepassing op de federale openbare diensten, dit zijn de besturen, andere diensten van de ministers, wetenschappelijke inrichtingen van de Staat en de instellingen van openbaar nut die behoren tot het administratief openbaar ambt van de centrale overheid. De Regering hoopt evenwel om, in overleg en samenwerking met de andere bestuursniveaus, geleidelijk te komen tot een handvest van de gebruiker van alle openbare besturen.
Kernpunt van dit Handvest is de bekommernis een dienstverlening aan te beiden die aangepast is aan de noden van elke burger. Niets, zelfs niet het gelijkheidsbeginsel, belet immers, dat de openbare dienst zich inspant om rekening te houden met elke gebruiker afzonderlijk in plaats van zich op een onpersoonlijke manier tot hem te richten.
Het Handvest van de gebruiker is onderverdeeld in drie hoofdstukken:
1. Doorzichtigheid
2. Soepelheid
3. Rechtsbescherming
Deze hoofdthema's verwoorden de kernideeën van het Handvest. Elk hoofdthema is onderverdeeld in principes. Om de ideeën vervat in het Handvest meer inhoud te geven, wordt in deel 2 telkens aangeduid hoe elk principe concreet verwezenlijkt zal worden.
Opdat de openbare diensten hun taak van algemeen belang doeltreffend zouden kunnen vervullen, zijn zij begiftigd met de prerogatieven van de openbare macht of genieten zij voorrechten, welke zijn:
1. het recht om te onteigenen om redenen van openbaar nut;
2. het voorrecht van de uitvoerbare beslissing, dat de openbare diensten de bevoegdheid verleent om de rechten en verplichtingen van de gebruikers (bijvoorbeeld de prijzen, de uurregelingen, enz...) te wijzigen zonder hun toestemming;
3. het voorrecht van de ambtshalve uitvoering, dat de openbare diensten onder bepaalde voorwaarden de bevoegdheid verleent over te gaan tot de materiële uitvoering van hun beslissing (bijvoorbeeld: het autoverkeer omleiden) zonder daarvoor voorafgaand een gerechtelijke toestemming te moeten vragen;
4. de afwezigheid van middelen tot gedwongen tenuitvoerlegging, waarbij aan schuldeisers en aan gebruikers van de openbare diensten verboden wordt een beroep te doen op de openbare macht om de openbare dienst te dwingen iets te doen, iets niet te doen of te geven dat hij verschuldigd is.
Aan de andere kant, maar nog altijd met de bedoeling dat de openbare diensten optreden ten dienste van het algemeen belang, moeten deze diensten de volgende plichten nakomen:
1. het principieel verbod om vrij de personen te kiezen waarmee de openbare diensten contracten afsluiten om zich te bevoorraden, om werken te doen uitvoeren of om diensten te laten verlenen;
2. het aan de openbare diensten opgelegde verbod zich te onderwerpen aan een scheidsrechtelijke beslissing, met andere woorden eerder een beroep te doen op arbitrage dan op de bij wet ingestelde rechtscolleges ter beslechting van conflicten met derden;
3. het principieel verbod voor de openbare diensten af te zien van de uitoefening van hun bevoegdheiden en ze aan andere te delegeren, af te zien van hun rechten of hun bevoegdheden uit te oefenen met een ander doel dan de bevrediging van het algemeen belang;
4. de verplichting voor openbare diensten altijd te handelen volgens de wet in het algemeen en volgens de drie wetten van de openbare dienst in het bijzonder.
Deze drie wetten zijn:
1° de wet van de veranderlijkheid of van de mutabiliteit: die de openbare diensten toelaat de regels inzake de organisatie en de werking van de openbare diensten, evenals de voorwaarden van de dienstverlening aan het publiek te allen tijde te wijzigen, zodat de openbare diensten snel kunnen worden aangepast aan de vooruitgang en de evolutie van de behoeften waaraan moet worden voldaan;
2° de wet van de regelmatigheid of van de continuïteit: die de openbare diensten verplicht de diensten
- die verondersteld worden van algemeen belang te zijn en zonder welke het publiek het niet kan stellen, tenzij met zware ongemakken
- dagelijks, regelmatig en permanent te verzekeren;
3° de wet van de gelijkheid van alle gebruikers: die stelt dat alle personen die beantwoorden aan de voorwaarden die op onpersoonlijke of algemene wijze zijn gesteld door de wet of het reglement van de dienst, zonder discriminatie een beroep kunnen doen op de voordelen of de dienstverlening van die diensten en ook de kosten ervan dragen.
Het moet duidelijk zijn dat het Handvest van de gebruiker geen eenvoudige intentieverklaring is, maar een heuse richtlijn die de Regering wil opleggen voor het functioneren van de openbare diensten die onder haar hiërarchische bevoegdheid ressorteren, evenals de grondslag voor acties t.o.v. de diensten die onder haar toezicht staan.
Een aantal beginselen omvat in dit Handvest zijn reeds omgezet in wettelijke bepalingen (bv. de motiveringsplicht van bestuurshandelingen of recent, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer).
Andere zullen gerealiseerd worden bij wet of besluit, naargelang het geval, of zullen het voorwerp uitmaken van omzendbrieven die de te nemen maatregelen zullen preciseren.
Jaarlijks zal een balans worden opgemaakt van de wetgevende, reglementaire of administratieve initiatieven die ter realisering van het Handvest werden genomen.
De Minister van Ambtenarenzaken zal regelmatig een evaluatie doorvoeren en een verslag voorleggen aan de Regering.
Een eerste tussentijdse stand van zaken wordt gemaakt vóór eind 1993.
Het Handvest bevat een beschrijving van de principes die de relatie tussen de openbare diensten en haar gebruikers moeten beheersen.
Dit Handvest richt zich tot allen die deel hebben aan de werking van de openbare diensten, in het bijzonder tot de beleidsverantwoordelijken.
Het Handvest bevat vooral concreet na te leven gedragsregels. Het doet echter in genedele afbreuk aan de algemene rechtsbeginselen, ontwikkeld en gesanctioneerd door de rechtspraak, zoals de onpartijdigheid, de non-discriminatie, de rechtszekerheid, de billijkheid, het verbod om het regelmatig in de openbare diensten gestelde vertrouwen te beschamen, de plicht om binnen een redelijke termijn te beslissen, de zorgvuldigheidsplicht. Het Handvest wil evenmin de talrijke toepassingsgevallen van deze principes beperken tot de gedragsregels die het huldigt.
De betrekkingen tussen de openbare diensten en de gebruiker kunnen slechts dan verbeteren als de gebruiker niet alleen zijn rechten laat gelden, maar erkent dat hij ook sommige verplichtingen heeft. De openbare diensten, waarvan wordt verwacht dat zij een aantal regels naleven, kunnen aan de gebruiker vragen zelf ook een aantal regels in acht te nemen.
De plichten van de gebruikers van de openbare diensten zijn de uitdrukking van de algemene houding van solidariteit ten aanzien van het overheidsoptreden. Openbare diensten zijn er niet enkel om tegemoet te komen aan individuele belangen, maar veronderstellen een ingesteldheid van solidariteit ten aanzien van de collectieve regeling van gemeenschapsbelangen.
Deze solidariteitsplicht houdt o.a. in dat de gebruiker zijn rechten niet misbruikt op gevaar af het normaal en redelijk functioneren van de openbare dienst te beletten.
Deze geest van solidariteit ligt ten grondslag aan talrijke wettelijke bepalingen die de plichten van de gebruiker als lid van de maatschappij concretiseren, maar wordt ook uitgedrukt in algemene regels die de gebruiker in zijn betrekkingen met de openbare diensten moet nakomen met het oog op doeltreffendheid.
1. De door de gebruiker verstrekte inlichtingen moeten duidelijk, nauwkeurig en juist zijn. De openbare diensten kunnen hun taken immers slechts naar behoren vervullen wanneer zij alles weten wat zij moeten weten en hen de middelen, om deze opdracht correct uit te voeren, ter beschikking worden gesteld. De duidelijkheid en de nauwkeurigheid zijn zeer belangrijk en moeten dan ook de vraag van de gebruiker en de taal die hij ten aanzien van de besturen gebruikt, kenmerken.
2. Een doeltreffende medewerking van de gebruiker is noodzakelijk. Van het begin tot het einde van de administatieve relatie, betekent deze medewerking dat de gebruiker aan de openbare dienst op eigen initiatief of na een vraag, alle inlichtingen die nuttig zijn voor een goede werking van de dienst meedeelt.
3. Met het oog op een optimale doeltreffendheid is ook overleg van belang. Zodoende kunen de openbare diensten op nuttige wijze inspelen op de wensen van de gebruiker. De gebruiker moet de openbare dienst dus tijdig waarschuwen als blijkt dat die laatste een verkeerde weg inslaat of als blijkt dat in zijn voordeel of in zijn nadeel fouten werden begaan.
4. De gebruiker moet ook alert zijn. Snelheid is belangrijk, zowel voor het naleven van de vastgestelde termijnen, voor het instellen van een bepaalde procedure, als voor het geven van bepaalde inlichtingen. Hoe eerder de openbare diensten in het bezit zijn van de juiste gegevens, des te sneller en beter kunnen zij aan de wensen van de gebruiker voldoen.
5. De gebruiker heeft eveneens de morele plicht de openbare dienst aan te spreken om elke gebrekkige werking te signaleren, samen met de elementen die de situatie kunnen rechtzetten.
6. Ook een weloverwogen houding is een belangrijk algemeen aspect. Een klacht van de gebruiker moet niet alleen gegrond zijn. De gebruiker mag evenmin een misplaatste klacht indienen of lichtvaardig handelen. Bovendien moet de gebruiker in zijn contact met de openbare diensten, respect tonen voor de ambtenaar.
Het Handvest is als volgt opgevat. Het eerste deel onder de titel "Algemene principes" beschrijft de plichten van de openbare diensten. Op het einde van dit deel wordt beschreven hoe de voortgangscontrole van dit Handvest zal gebeuren. Vervolgens verwijst het tweede deel, getiteld "Maatregelen", naar de wetgeving die ter zake bestaat of naar te nemen maatregelen.
De toepassing van het Handvest van de gebruiker van de openbare diensten veronderstelt vanzelfsprekend dat het ambtenarenstatuut der ambtenaren toelaat om gebruikersgericht te werken. Het koninklijk besluit van 22 november 1991 houdende hervorming van verscheidene verordeningsbepalingen die toepasselijk zijn op het rijkspersoneel (Belgisch Staatsblad 24 december 1991), getroffen in uitvoering van het koninklijk besluit over de Algemene Beginselen van 22 november 1991 (Belgisch Staatsbald 24 december 1991), bevat in dat verband een aantal belangrijke bepalingen die in dit Handvest ter sprake komen. Het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit over de Algemene Beginselen, dat de regels bepaalt die gemeenschappelijk zijn voor alle ambtenaren, stelt trouwens dat het ambtenarenstatuut probeert een billijk evenwicht te waarborgen tussen de rechten van de ambtenaren, de belangen van de overheid en de behoeften van de gebruikers van de overheidsdiensten.

Deel 1

Algemene Principes

De openbare diensten moeten aan het publiek een kwalitatief hoogstaande dienst verlenen, die verricht wordt binnen een democratisch rechtskader. De kwaliteit wordt gegarandeerd door doorzichtigheid, soepelheid en rechtsbescherming.

Hoofdstuk I

Doorzichtigheid

Een grotere doorzichtigheid van de openbare diensten moet het vertrouwen van de gebruiker in de overheid vergroten. Uiteindelijk zal daardoor de doelmatigheid toenemen.

1. Informatieverstrekking

2. Raadpleging van bestuursdocumenten

Hoofdstuk II

Soepelheid

Afdeling I

Toegankelijkheid van de openbare diensten

Openbare diensten dienen toegankelijk te zijn in de brede betekenis van het woord. Dit slaat niet enkel op de fysieke bereikbaarheid of nabijheid, alhoewel die belangrijk is. Toegankelijkheid heeft eveneens te maken met de duidelijkheid van de teksten. Men moet vermijden dat ambtelijke documenten en wetteksten zo zijn opgesteld dat het publiek grote problemen heeft om ze te begrijpen.

1. Een behoorlijk onthaal en kwaliteitsvolle contacten

2. Duidelijk en precies taalgebruik
3. Duidelijke wetgeving

Afdeling II

Aangepaste dienstverlening

Ondanks talrijke initiatieven om de dienstverlening te verbeteren, blijft een deel van de bevolking van allerlei rechten uitgesloten. Sociale voordelen bereiken de rechthebbenden niet altijd, omdat zij niet op de hoogte zijn van het bestaan ervan of niet weten hoe de voordelen aan te vragen. Een verruiming van het systeem dat ambtshalve voordelen toekent is noodzakelijk. Ook de doorverwijzing naar de bevoegde dienst is onontbeerlijk.
In toepassing van de wet van de veranderlijkheid, moeten de openbare diensten zich inspannen om een dienst te leveren die zowel aangepast is aan de behoeften van de gebruiker als aan de beschikbare middelen en technieken.
Zonder het gelijkheidsprincipe te schenden, zal gepoogd worden de dienstverlening zodanig bij te sturen dat eenieder ontvangt waar hij recht op heeft.
Een degelijke dienstverlening betekent ook dat er rekening wordt gehouden met de eigenheden van de verschillende gebruikers; dat de beslissingen die hen betreffen hen worden meegedeeld met de feitelijke en juridische elementen waarop ze steunen en dat deze beslissingen worden herzien wanneer nieuwe elementen opduiken.

1. Automatische toekenning van bepaalde rechten.

2. Gemotiveerde administratieve beslissingen.
3. Doorverwijzing naar de bevoegde overheid.
4. Kwaliteitsvolle dienstverlening

Hoofdstuk III

Rechtsbescherming

Het optreden van de openbare diensten dient steeds in overeenstemming te zijn met de wet. Het legaliteitsbeginsel moet afdwingbaar zijn. De gebruiker moet in staat zijn om zijn rechten te doen gelden en om zijn belangen te vrijwaren.

1. Bescherming van persoonlijke gegevens.

2. Tegensprekelijke procedures.
3. Klachtenbehandeling
4. Snelheid van betaling.
5. Betwisting van beslissingen.
6. Opschorting van de uitvoering van administratieve beslissingen.

Deel II

Maatregelen

Hoofdstuk I

Doorzichtigheid

1. Informatieverstrekking
2. Raadpleging van bestuursdocumenten

Hoofdstuk II

Soepelheid

Afdeling I

Toegankelijkheid van de openbare diensten

1. Een behoorlijk onthaal en kwaliteitsvolle contacten
2. Duidelijk en precies taalgebruik
3. Duidelijke wetgeving

Afdeling II

Aangepaste dienstverlening

1. Automatische toekenning van bepaalde rechten.
2. Gemotiveerde administratieve beslissingen
3. De doorverwijzing naar de bevoegde overheid.
4. Kwaliteitsvolle dienstverlening

Hoofdstuk III

Rechtsbescherming

1. Bescherming van persoonlijke gegevens.
2. Tegensprekelijke procedure
3. Klachtenbehandeling.
4. Snelheid van betaling
5. Betwisting van beslissingen
6. Opschorting van de uitvoering van administratieve beslissingen.


Naar inhoud


- B.S., 22 januari 1993, p. 1150 - 1158.