Koninklijk besluit van 30 augustus 1996 tot vaststelling van het bedrag van de vergoeding verschuldigd voor het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument

Art. 1. Het verzoek om een afschrift van een bestuursdocument te ontvangen, wordt ingediend :

1° hetzij door de aanvrager, die zich persoonlijk bij de betrokken administratieve overheid meldt en deze een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier overhandigt;

2° hetzij schriftelijk, door een brief gericht aan de betrokken administratieve overheid, met vermelding van de naam en het adres van de aanvrager.

De verzoeker vermeldt op het aanvraagformulier bedoeld in het eerste lid, 1°, of in de brief bedoeld in het eerste lid, 2°, of hij het afschrift persoonlijk in ontvangst wil nemen bij de administratieve overheid, dan wel of dit afschrift hem per post moet worden toegezonden. In dit laatste geval wordt het afschrift hem bij aangetekend schrijven toegestuurd.

Art. 2. Het bedrag van de vergoeding wordt berekend per bestuursdocument en per aanvraag, met een minimum van vijftig frank.

Art. 3. Wanneer het afschrift van een bestuursdocument in zwart/wit-versie wordt verstrekt op een formaat dat niet groter is dan formaat A4, wordt de vergoeding vastgesteld op 2 F per bladzijde.

Wanneer het document echter meer dan honderd bladzijden bevat, wordt de vergoeding teruggebracht tot 1 F per bladzijde vanaf de honderd en eerste.

Art. 4. Wanneer het afschrift van een bestuursdocument in zwart/wit-versie wordt verstrekt op een formaat dat groter is dan formaat A4 maar niet groter dan formaat A3, worden de vergoedingen per bladzijde vastgesteld in artikel 3 verdubbeld.

Art. 5. Wanneer een bestuursdocument bladzijden bevat van verschillend formaat als bedoeld in de artikelen 3 en 4, wordt de vergoeding berekend alsof het om twee aparte aanvragen gaat.

Art. 6. Wanneer het afschrift van een bestuursdocument geheel of gedeeltelijk in kleur of in een formaat groter dan A3 wordt gevraagd, wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig artikel 7.

Art. 7. Wanneer het afschrift van een bestuursdocument wordt gevraagd op een andere drager dan papier, is de vergoeding gelijk aan de kostprijs.

Art. 8. De vergoedingen vastgesteld bij dit besluit zijn contant betaalbaar indien het afschrift door de aanvrager in ontvangst wordt genomen bij de administratieve overheid, die als bewijs van betaling een ontvangstbewijs afgeeft.

Indien het afschrift per post aan de aanvrager wordt gezonden, worden de vergoedingen eer het afschrift wordt verzonden, betaald door overschrijving of storting op de postrekening van de rekenplichtige der ontvangsten van de overheid in kwestie. In dat geval wordt het bedrag van de vergoedingen vermeerderd met de portokosten.

Art. 9. Bij ontvangst van de betaling van de vergoeding wordt er melding van gemaakt in het register bedoeld in artikel 5 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.

Art. 10. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 11. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.


- B.S., 20 september 1996, p. 24504-24505.