Deel 3
¨ Professionele praktijk![]()
42 Bladwijzers en veldcodes
Het invoegen van bladwijzers gebeurt nu vanuit het menu Invoegen, Bladwijzer en niet langer vanuit het menu Bewerken.
In het venster Veld zijn de categorieën in het Nederlands, maar de veldnamen en schakelopties in het Engels.
Voor de veldcodes die we expliciet besproken hebben, gelden dus volgende veranderingen:
|
{Bestandsnaam} à {FileName} {Aanmaakdatum} à {CreateDate} {Afdrukdatum} à {PrintDate} {Opslagdatum} à {SaveDate} |
{Pag} à {Page}{AantalPag} à {NumPages}{Opmverwzg} à {StyleRef}{Schuiven} à {Advance} |
Alhoewel je in het menu Invoegen niet langer de keuze Formulierveld vindt, is aan het werken met formulieren weinig veranderd.
Wil je een formulier met tekstvakken, selectievakjes of vervolgkeuzelijsten (i.p.v. keuzelijsten!) ontwerpen, activeer dan de werkbalk Formulieren (menu Beeld, Werkbalken).
Bij het gebruik van invuldialoogvensters gebruik je het Engelse equivalent van de veldcodes:
|
{Vraag} à {Ask} {Invullen} à {Fillin} |
{Als} à {If} |
Het beheer van de werkbalken gebeurt nu vanuit het venster Aanpassen (menu Extra, Aanpassen of Beeld, Werkbalken, Aanpassen) waar een tabblad Werkbalken voorzien is. Hier bepaal je welke ingebouwde of eigen gemaakte (knop Nieuw) werkbalken actief zijn.
Het aantal ingebouwde werkbalken is trouwens verdubbeld.
Om knoppen aan één of meer actieve werkbalken toe te voegen, switch je naar het tabblad Opdrachten en sleep je de gewenste opdracht naar de gewenste werkbalk.
Een knop naar een ‘lege’ plaats slepen en zo een nieuwe werkbalk maken, lukt niet meer.
Hoe je knoppen eruit zien (groot of ‘normaal’), leg je nu in het tabblad Opties vast. Ook het weergeven van scherminformatie als je een knop aanwijst, al dan niet met bijhorende sneltoetsen, wordt in dit afzonderlijke tabblad geregeld. Tenslotte kun je bij de opties nog enige menu-animatie instellen. Normaal verschijnt het bijhorende menu als je een menukeuze maakt op de menubalk volledig in één keer. Je kan een menu ook laten openvouwen of openschuiven als je een menu activeert. Leuk voor één keer.
Je kan overigens te allen tijde knoppen van een werkbalk slepen door de Alt-toets ingedrukt te houden terwijl je een knop van een werkbalk sleept, ook als het venster Aanpassen niet open is.
Elke werkbalk – ook de menubalk – begint links met enkele verticale strepen. Je kan een werkbalk bij deze verticale strepen vastnemen en naar een andere plaats op je scherm slepen.
De menubalk gedraagt zich nu trouwens compleet als een gewone werkbalk. Het enige verschil met gewone werkbalken zit in het feit dat de menubalk altijd zichtbaar is op het scherm.
44.2 MenubalkHet aanbrengen van wijzigingen in de menubalk gebeurt vanuit het tabblad Opdrachten. We zetten enkele mogelijkheden op een rijtje:
De manier waarop je sneltoetsen toekent, is nauwelijks gewijzigd. In het venster Aanpassen vind je evenwel niet langer een tabblad Toetsenbord, maar een knop Toetsenbord die je in het venster Toetsenbord aanpassen brengt.
45 Eenvoudige macro’sIn Word 6/7 werden alle macro's in WordBasic geschreven, terwijl in alle componenten van Office 97 – dus ook Word 97 – Visual Basic for Applications (VBA) als programmeertaal wordt gebruikt.
Waar WordBasic uit een lijst met zowat 900 commando's bestond, vertrekt Visual Basic vanuit objecten waaraan via een hiërarchische structuur eigenschappen (properties) toegekend worden. Elk object beschikt over ingebouwde procedures (methods).
Met Visual Basic for Applications kan je heel professionele toepassingen programmeren. Een basiscursus alleen al is voer voor een afzonderlijk handboek. In het punt 45.6 De Visual Basic programmeeromgeving (Visual Basic Editor) hieronder krijg je een voorsmaakje.
45.1 Opslaan van macro'sMacro's – en aanpassingen van de werkomgeving (zie punt 44 hierboven) trouwens ook – werden in vorige versies altijd in een sjabloon opgeslagen. Nu kunnen ze ook in een document opgeslagen worden. In het venster Macro opnemen kan je in het vak Macro opslaan in kiezen waar de macro opgeslagen moet worden: hier kan je de documentnaam in plaats van een sjabloon kiezen.
45.2 Macro's opnemenNog altijd kunnen we dankbaar gebruik maken van de mogelijkheid om eenvoudige macro's op te nemen, nu via het menu Extra, Macro, Nieuwe macro opnemen of door te dubbelklikken op de knop opn op de statusbalk.
45.3 WordBasic-macro's in een Visual Basic omgeving gebruikenWordBasic-macro's uit Word 6.0/7.0 worden bij gebruik in Word 97 geconverteerd. Elke WordBasic-instructie uit de geconverteerde macro begint met de WordBasic-eigenschap zodat WordBasic-macro's in Word 97 uitgevoerd kunnen worden.
Bekijk en vergelijk de twee macro's hieronder. De WordBasic-instructies worden in Visual Basic overgenomen – weliswaar in het Engels – maar telkens voorafgegaan door de eigenschap WordBasic.
|
WordBasic |
|
Conversie in Visual Basic |
|
Sub MAIN While AtEndOfDocument() <> - 1SelectieUitbreiden BewerkenZoeken .Vinden = ":" TekenLinks 1 Opmaakprofiel "Trefwoord" AlineaOmlaag 1 Wend End Sub |
|
Public Sub MAIN() While WordBasic.AtEndOfDocument() <> -1WordBasic.ExtendSelection WordBasic.EditFind Find:=":" WordBasic.CharLeft 1 WordBasic.Style "Trefwoord" WordBasic.ParaDown 1 Wend End Sub |
Theoretisch zou je dus in Visual Basic macro's kunnen maken met WordBasic-opdrachten, als je ze maar laat voorafgaan door de eigenschap WordBasic. Deze manier van werken is zeker niet toekomstgericht omdat de WordBasic-taal niet verder ontwikkeld wordt en omdat deze manier van werken ook trager is. Het werken in Visual Basic loont zeker de moeite.
45.4 Macro's automatisch startenBij het starten of afsluiten van Word en/of bij het openen of sluiten van een (nieuw) document kan je nog altijd macro's automatisch laten uitvoeren zoals dat in Word 6.0/7.0 kon.
45.5 Word-commando's wijzigen met macro'sDoor een macro de naam van een Word-commando te geven, wordt die macro uitgevoerd als je dat Word-commando uitvoert (zoals in Word 6.0/7.0).
45.6 De Visual Basic programmeeromgeving (Visual Basic Editor)
Je komt op een van volgende manieren in de Visual Basic-programmeeromgeving (Visual Basic Editor) terecht:
De Visual Basic programmeeromgeving is een volledig zelfstandige toepassing die in een eigen venster draait.
Enkele syntaxisregels
|
Selection.Font.Size = 20 |
In onderstaand voorbeeld zijn Filename en AddToRecentFiles argumenten bij de methode Open. De instructie opent het document mina.doc zonder dat dit document aan de lijst met recent geopende bestanden (onderaan in het menu Bestand) toegevoegd zal worden.
|
Documents.Open FileName:="C:\appl\word\mina.doc", AddToRecentFiles := False |
Bij het intypen van Visual Basic instructies krijg je gelukkig enige hulp:
Eerst en vooral kan je met F1 hulp en voorbeelden opvragen van de instructie waarin de invoegpositie staat. In het voorbeeld hiernaast zie je de keuzelijst die je te zien krijgt bij het intypen van het sleutelwoord Selection. Aan het pictogram vóór de keuze-elementen merk je of het om een eigenschap dan wel om een methode gaat. Hiernaast komt enkel de methode Calculate voor; de rest zijn eigenschappen.
Enkele voorbeeldmacro's
Hieronder komen de voorbeeldmacro's uit de Word 6.0/7.0-cursus in Visual Basic aan bod. Je zult merken dat de manier van werken in een object-georiënteerde taal als Visual Basic nogal verschilt van de macrotaal WordBasic.
Wil je je echt in Visual Basic bekwamen, dan raden we je aan een specifieke cursus Visual Basic te volgen.
Papierformaat liggend
In volgende opgenomen macro die het papierformaat liggend maakt, merk je dat ook in Visual Basic alle opties uit het dialoogvenster waarin je één of meer opties wijzigt, in de macro opgenomen worden. Je kan uiteraard achteraf de overbodige eigenschappen verwijderen.
In het voorbeeld hierna is enkel de eigenschap Orientation echt van belang om het papierformaat naar liggend te veranderen.
|
Sub PaginaLiggend() ' ' PaginaLiggend Macro ' Macro opgenomen op 97-06-24 door Danny Devriendt ' With ActiveDocument.PageSetup .LineNumbering.Active = False .Orientation = wdOrientLandscape .TopMargin = CentimetersToPoints(2.5) .BottomMargin = CentimetersToPoints(2.5) .LeftMargin = CentimetersToPoints(2.5) .RightMargin = CentimetersToPoints(2.5) .Gutter = CentimetersToPoints(0) .HeaderDistance = CentimetersToPoints(1.25) .FooterDistance = CentimetersToPoints(1.25) .PageWidth = CentimetersToPoints(29.7) .PageHeight = CentimetersToPoints(21) .FirstPageTray = wdPrinterDefaultBin .OtherPagesTray = wdPrinterDefaultBin .SectionStart = wdSectionNewPage .OddAndEvenPagesHeaderFooter = False .DifferentFirstPageHeaderFooter = False .VerticalAlignment = wdAlignVerticalTop .SuppressEndnotes = False .MirrorMargins = False End With End Sub |
Bemerk ook de speciale With…End With-structuur die instructies die verwijzen naar eenzelfde object groepeert.
|
Zonder With…End With ActiveDocument.PageSetup.LineNumbering.Active = FalseActiveDocument.PageSetup.Orientation = wdOrientLandscape ActiveDocument.PageSetup.TopMargin = CentimetersToPoints(2.5) ActiveDocument.PageSetup.BottomMargin = CentimetersToPoints(2.5) ActiveDocument.PageSetup.LeftMargin = CentimetersToPoints(2.5) ActiveDocument.PageSetup.RightMargin = CentimetersToPoints(2.5) Met With…End With With ActiveDocument.PageSetup.LineNumbering.Active = False .Orientation = wdOrientLandscape .TopMargin = CentimetersToPoints(2.5) .BottomMargin = CentimetersToPoints(2.5) .LeftMargin = CentimetersToPoints(2.5) .RightMargin = CentimetersToPoints(2.5) End With |
Namen en voornamen omdraaien
|
Sub OmwisselenNamen() While Selection.Type = wdSelectionIP And Selection.End <> ActiveDocument.Content.End - 1 Selection.MoveRight Unit:=wdWord, Count:=1, Extend:=wdExtend Selection.Cut Selection.EndKey Unit:=wdLine Selection.TypeText Text:=" " Selection.Paste Selection.MoveRight Unit:=wdCharacter, Count:=1 Wend End Sub |
Ook bovenstaande macro is gewoon opgenomen. De controlestructuur While…Wend is uiteraard achteraf toegevoegd. Bemerk de instructie om te controleren of het einde van het document bereikt is
While Selection.Type = wdSelectionIP And Selection.End <> ActiveDocument.Content.End - 1 die in plaats van AtEndOfDocument() uit WordBasic gebruikt wordt.
Kopopmaakprofiel toepassen
In de macro hieronder worden alle alinea's die beginnen met een &-teken met het opmaakprofiel Kop 1 opgemaakt:
|
Sub KopopmaakprofielToepassen() Selection.Find.ClearFormattingWith Selection.Find .Text = "&" .Replacement.Text = "" .Forward = True .Wrap = wdFindContinue .Format = False .MatchCase = False .MatchWholeWord = False .MatchWildcards = False .MatchSoundsLike = False .MatchAllWordForms = False End With Selection.Find.Execute While Selection.Find.Found Selection.Delete Unit:=wdCharacter, Count:=1 Selection.Style = ActiveDocument.Styles("Kop 1") Selection.Find.Execute Wend End Sub |
Alles tussen punthaken verwijderen
In de macro hieronder werden de overbodige eigenschappen bij Selection.Find die bij het opnemen van de macro automatisch worden toegevoegd (zie voorbeeldmacro hierboven), achteraf in de Visual Basic Editor verwijderd.
|
Sub PunthakenWeg() Selection.Find.ClearFormattingSelection.Find.Text = "<" Selection.Find.Execute While Selection.Find.Found Selection.Extend Selection.Find.Text = ">" Selection.Find.Execute Selection.Delete Selection.Find.Text = "<" Selection.Find.Execute Wend End Sub |
Voorbeeld Select Case
Ook in Visual Basic kan je Select Case gebruiken. Met Selection.Characters.First lezen we het cijfer in dat op het &-teken volgt (i.p.v. Selection&() in WordBasic).
|
Sub VoorbeeldSelectCase() Selection.Find.ClearFormattingSelection.Find.Text = "&" Selection.Find.Execute While Selection.Find.Found Selection.Delete Select Case Selection.Characters.First Case "1" Selection.Style = ActiveDocument.Styles("Kop 1") Case "2" Selection.Style = ActiveDocument.Styles("Kop 2") Case Else MsgBox "Niveaucijfer ontbreekt" End Select Selection.Delete Selection.Find.Execute Wend End Sub |
46 Werken met figuren en illustraties
Het invoegen van figuren en ander grafisch materiaal is eenvoudiger geworden en biedt meer mogelijkheden.
46.1 Invoegen, Figuur
De menukeuze Invoegen, Figuur levert nu een aantal subkeuzes op.
In Word 6/7 had je heel gauw Frames nodig, al was het maar om bijvoorbeeld tekst náást een figuur te laten lopen. Word 97 maakt niet of nauwelijks nog gebruik van frames (wel nog bijvoorbeeld bij initialen). Je vindt trouwens in de standaardmenu’s geen keuzes met betrekking tot frames.
Voeg je via Invoegen, Figuur een figuur of illustratie aan je document toe, dan heb je heel wat meer mogelijkheden om die figuur juist te positioneren en goed op te maken. Selecteer de figuur en gebruik Opmaak, Figuur of activeer via het snelmenu het dialoogvenster Figuur opmaken.

In dit dialoogvenster heb je verschillende tabbladen waarmee je de figuur kunt bewerken.
Kleuren en lijnen
Hier kan je een afbeelding omranden of van een opvulkleur of opvuleffect (kleurovergang, bitmappatroon, patroon of figuur) voorzien.
Formaat
In het tabblad Formaat stel je de hoogte en de breedte van de figuur in.
Positie
Het tabblad Positie bepaalt de plaats van de figuur.
Tekstomloop
In het tabblad Tekstomloop bepaal je hoe de lopende tekst al dan niet rond de figuur loopt. Deze keuze is uiteraard enkel beschikbaar als in het tabblad Positie de optie Zwevend boven tekst aangekruist is.
De keuzes Vierkant, Rondom en Transparant laten de tekst rond de figuur lopen. In Methode bepaal je of de tekst al dan niet langs beide zijden van de figuur mag lopen. Bij Rondom en Transparant volgt de tekst rond de figuur de contouren van de figuur.
Bevat een figuur open delen, dan kan je met de keuze Transparant ook tekst in die open delen laten lopen, als je de contouren van de figuur aanpast (werkbalk Figuur, knop Tekstomloop, keuze Omlooppunten bewerken).
In de figuur hiernaast loopt geen tekst in het witte vlak tussen de palen. Wil je dat wel, dan moet je:
Kies je voor Geen tekstomloop, dan loopt de lopende tekst gewoon door de figuur. Met Boven en onder loopt er geen tekst door of naast de figuur, enkel erboven en eronder.
Figuur
In het tabblad Figuur (zie illustratie op pagina 30) kan je de afbeelding bijsnijden of bijstellen (kleur, helderheid, contrast). In de lijst Kleur kan je ook voor Watermerk kiezen waarbij de afbeelding nu veel ‘lichter’ weergegeven wordt.
Werkbalk Figuur
Naast het dialoogvenster Figuur opmaken, kan je ook nog gebruik maken van de werkbalk Figuur om een figuur in te voegen of op te maken. Je kan die werkbalk o.a. activeren vanuit het snelmenu bij een geselecteerde figuur.

____1____2____3____4____5___6____7____8____9___10___11____12
|
1 |
Figuur invoegen |
5 |
Meer helderheid |
9 |
Tekstomloop |
|
2 |
Afbeeldingsinstelling (o.a. watermerk) |
6 |
Minder helderheid |
10 |
Object opmaken |
|
3 |
Meer contrast |
7 |
Bijsnijden |
11 |
Transparante kleur instellen |
|
4 |
Minder contrast |
8 |
Lijnstijl |
12 |
Beginwaarden figuur |
46.3 Figuren en bestandsruimte
Ingevoegde figuren kunnen de bestandsruimte aanzienlijk vergroten. Word 97 comprimeert ingevoegde rasterplaatjes (bitmap) automatisch naar het nieuwe PNG-formaat (Portable Netwerk Graphics). Dit kan heel wat bestandsruimte sparen.
47 Office ArtOffice Art is zowat de verzamelnaam voor alle hulpmiddelen voor het tekenen en illustreren die binnen alle Office 97-programma’s kunnen gebruikt worden. In Word zijn de Office Art mogelijkheden beschikbaar via de werkbalk Tekenen.
47.1 Tekstvakken
Met de knop Tekstvak op de vernieuwde werkbalk Tekenen maar ook via het menu Invoegen, Tekstvak kan je om het even waar in je document een tekstvak plaatsen. Wil je zo’n tekstvak opmaken, dan ziet het venster Tekstvak opmaken er bijna uit zoals Figuur opmaken. In het extra tabblad Tekstvak stel je de marges binnen het tekstvak in. Je kan er ook een tekstvak converteren naar een frame.
Bij een tekstvak hoort nu ook de werkbalk Tekstvak. Met de knop Tekstrichting wijzigen kan je de tekst in een tekstvak 90° of 270° roteren, net zoals in tabelcellen.
Totaal nieuw zijn de tekstvakkoppelingen, waarmee je meerdere tekstvakken met elkaar kunt verbinden. De tekst in het eerste tekstvak loopt dan – als dat eerste tekstvak vol is – automatisch door in het volgende, tweede tekstvak. Dat tweede tekstvak kan op zijn beurt eveneens gekoppeld zijn aan een derde tekstvak.
Om een tekstvakkoppeling te maken tussen tekstvak A en tekstvak B, ga je als volgt tewerk:
Je kan zoveel tekstvakken aan elkaar koppelen als je wil. Gebruik de knoppen Vorige tekstvak en Volgende tekstvak (werkbalk Tekstvak) om snel tussen de verbonden tekstvakken te navigeren.
Uiteraard kunnen de tekstvakkoppelingen tussen tekstvakken op verschillende pagina’s lopen.
Met de knop AutoVormen op de werkbalk Tekenen kan je kiezen uit tientallen vormen die je als tekenobjecten in je documenten kan opnemen.
Je kan de AutoVormen ook afscheuren van de werkbalk Tekenen en er een eigen werkbalk van maken. Deze werkbalk krijg je ook via Invoegen, Figuur, AutoVormen te zien:

Bij die AutoVormen vinden we ook Toelichtingen. In de vorige versie van Word waren op de tekenwerkbalk rechtstreeks knoppen voorzien voor het maken van toelichtingen bij illustraties.
Selecteer je zo’n AutoVorm en kies je via het snelmenu Tekst toevoegen, dan kan je tekst in de autovorm intypen. De autovorm gedraagt zich nu als een tekstvak. Je kan nu zelfs met tekstvakkoppelingen de ‘inhoud’ van verschillende AutoVormen aan elkaar koppelen!
Bij de meeste vormen zie je – als je ze selecteert – een aanpassingsgreep (geel ruitje) waarmee je de verhoudingen binnen de vorm kunt aanpassen zonder de grootte van de vorm te veranderen.
Uiteraard kun je AutoVormen opmaken met o.a. opvulkleur/effect, tekenkleur, lijnkleur, lijnstijl, streepstijl… Wil je de opmaak van een AutoVorm automatisch overnemen in nieuwe AutoVormen die je plaatst, selecteer dan de opgemaakte AutoVorm en kies AutoVorm-standaard instellen in het snelmenu of via de knop Tekenen (werkbalk Tekenen).
47.4 Tekenobjecten draaien en spiegelenElk geselecteerd tekenobject kan je nu ook vrij draaien. Gebruik de knop Vrij draaien op de tekenwerkbalk of kies Tekenen, draaien en spiegelen op de werkbalk Tekenen.
Het tekenobject wordt aan de uithoeken van groene bolletjes voorzien. Door deze groene bolletjes in de gewenste richting te slepen kan je het tekenobject traploos draaien.
Let op: de eventuele tekst of illustratie die in een tekenobject opgenomen is, draait niet mee. De tekst in het tekenobject kan je 90° of 270° roteren via de functie Tekstrichting wijzigen.
47.5 Tekenobjecten uitlijnen en verdelen
Het uitlijnen van tekenobjecten is via de knop Tekenen (werkbalk Tekenen), keuze Uitlijnen of verdelen bereikbaar. Net als in Word 6/7 gebeurt het uitlijnen nog altijd ten opzichte van de pagina (Ten opzichte van pagina aankruisen) of zoniet ten opzichte van twee of meer geselecteerde tekenobjecten.
Selecteer je drie of meer tekenobjecten, dan kan je nu ook de horizontale of verticale afstand tussen die tekenobjecten gelijk maken (Horizontaal verdelen of Verticaal verdelen). Dit is nieuw in Word 97.
Tekenobjecten kunnen in de laag vóór of achter de tekst geplaatst worden. Zowel via de knop Tekenen (werkbalk Tekenen) als via het snelmenu bij geselecteerde tekenobjecten kan je de werklaag veranderen met de keuze Volgorde.
De keuze Voor tekst plaatsen en Achter tekst plaatsen veranderen de werklaag. Net zoals in Word 6/7 kan je binnen één werklaag meerdere objecten op elkaar stapelen. Je beschikt nu echter niet enkel over de keuzes Naar voorgrond en Naar achtergrond om een object binnen de werklaag helemaal voor of achter op de stapel te leggen, maar je kan nu ook objecten binnen een stapel per stap naar voren of naar achteren brengen (Naar voren of Naar achteren).
De knop Schaduw op de werkbalk Tekenen laat je kiezen uit een groot aantal schaduwmogelijkheden.
Via de knop Schaduwinstellingen kom je in de werkbalk Schaduwinstellingen waar je de schaduw exact kunt positioneren en de kleur ervan kunt instellen.
Heel attractief is ook het werken met driedimensionele (3D)-effecten. Daarvoor dient natuurlijk de knop 3D op de werkbalk Tekenen. Je kan best eens met de 20 voorgestelde mogelijkheden experimenteren.
Via de keuze 3D-instellingen krijg je een werkbalk te zien waar je het 3D-effect nog in detail kan bijregelen:

Via deze werkbalk kan je o.a. de diepte, richting, belichting, oppervlak en 3D-kleur instellen.
48 WordArt
WordArt 2.0 blijft in Word 97 nog altijd aanwezig en je kan via Invoegen, Object, Microsoft WordArt 2.0 WordArt-objecten blijven maken zoals in Word 6/7, als je dat uitdrukkelijk wil.
Gebruik echter liever de knop WordArt invoegen van de werkbalk Tekenen of Invoegen, Figuur, WordArt, en dan kom je in de nieuwe WordArt Galerie (zie illustratie hierboven) terecht waarin je eerst een stijl kunt kiezen.

In het venster WordArt bewerken waarin je dan terecht komt, typ je de tekst voor je WordArt-object in. Lettertype, lettergrootte en letterweergave (vet, cursief) kan je hier ook instellen.
Bij het sluiten van dit venster en bij het later selecteren van een WordArt-object, krijg je een werkbalk WordArt te zien waarmee je elk WordArt-object kunt bewerken:

1____________2_____________3____4____5___6____7____8____9____10
|
1 |
WordArt invoegen: nieuw WordArt-object |
6 |
Vrij draaien: traploos roteren WordArt-object |
|
2 |
Tekst bewerken: inhoud en lettertype wijzigen |
7 |
WordArt-letters met dezelfde hoogte |
|
3 |
WordArt-galerie: galerie met 30 WordArt mogelijkheden |
8 |
Verticale tekst van WordArt: letters onder elkaar in plaats van naast elkaar |
|
4 |
WordArt opmaken: omranding, formaat, positie, tekstomloop |
9 |
WordArt-uitlijning: uitlijnen en uitvullen van tekst (o.m. door uitrekken) |
|
5 |
WordArt-vorm: keuze uit 40 WordArt-vormen |
10 |
WordArt-tekenafstand: afstand tussen letters |
De technieken uit Word 6/7 blijven ook in Word 97 bestaan.
Wil je gegevens uit een database invoegen, dan vind je de opdracht Database niet langer terug in het menu Invoegen. Gebruik de knop Database invoegen op de werkbalk Database (die je via het menu Beeld, Werkbalken kan activeren).
Nagenoeg ongewijzigd.
Geen noemenswaardige veranderingen.
Eerst en vooral kan je voor het maken van etiketten gebruik maken van een wizard (menu Bestand, Nieuw, tabblad Brieven en faxen, Wizard adresetiketten).
Bij de etiketopties kan je via de knop Nieuw nu meerdere eigen etiketdefinities toevoegen.
In het venster waar je de afmetingen van de etiketten in detail regelt, kan je nu ook het gebruikte papierformaat instellen.
Word 97 wordt geleverd met een nieuwe versie van Microsoft Graph: Microsoft Graph 97 grafiek en dit zorgt natuurlijk voor enkele aanpassingen.
Om te beginnen kan je ook via Invoegen, Figuur, Grafiek een grafiek invoegen.
Van een knop om grafieken te maken en de bijhorende Wizard grafieken is geen spoor meer.
![]()
Bij het maken van een grafiek wordt de werkbalk Standaard van specifieke knoppen voorzien voor het maken en bewerken van grafieken.
De ruimte die de werkbalk Standaard inneemt is te klein om alle ‘grafiek-knoppen’ weer te geven. Dubbelklik je rechts op de werkbalk Standaard dan krijg je ze als zwevende werkbalk te zien. Het aantal knoppen is nu uitgebreid. Een aantal knoppen vragen speciale aandacht:
______________________________________1________________2_____3____4
____5_____6____7_____8_____9_____10___11____12___13_____14______15______16
|
1 |
Grafiekobjecten. Lijst met alle grafiekelementen waaruit je het element dat je wil aanpassen (legenda, titel, assen, grafiekgebied…) kunt selecteren. |
9 |
Grafiektype. Keuze uit nog iets meer grafiektypes dan in MS-Graph 5.0. |
|
2 |
Grafiekobject opmaken. Opent het bij het geselecteerde grafiekobject passende venster om wijzigingen aan te brengen. |
10 |
Rasterlijnen voor categorieas (switch). |
|
3 |
Bestand importeren. Om een extern bestand met gegevens als grafiekgegevens te importeren. |
11 |
Rasterlijnen voor waardeas (switch). |
|
4 |
Gegevensblad weergeven (switch). |
12 |
Legenda (switch). |
|
5 |
Ongedaan maken. |
13 |
Tekenen. Werkbalk Tekenen weergeven (switch). |
|
6 |
Op rij. Cfr. ‘Per rij’ in MS-Graph 5.0. |
14 |
Opvulkleur. Stelt opvulkleur/opvuleffect in voor geselecteerd object. |
|
7 |
Op kolom. Cfr. ‘Per kolom’ in MS-Graph 5.0. |
15 |
Office-assistent. Activeert de Office-assistent. |
|
8 |
Gegevenstabel. Onder de grafiek worden de waarden die voor de weergave van de grafiek gebruikt werden in tabelvorm weergegeven. |
16 |
In- en uitzoomen. |
Als je een onderdeel uit je grafiek wil bewerken, kan je dat onderdeel in je grafiek selecteren, ofwel kan je dat onderdeel in de uitschuifkeuzelijst Grafiekobjecten selecteren. De knop naast de uitschuifkeuzelijst Grafiekobjecten brengt je in het geschikte venster om het geselecteerde object bij te werken (Legenda opmaken, Wanden opmaken, As opmaken, Gegevenstabel opmaken…).
Grafiektypen
Via de knop Grafiektype kan je een ander grafiektype kiezen dan het standaardtype staafdiagram.
Het menu Grafiek, Grafiektype opent het venster Grafiektype en biedt nog meer mogelijkheden:
Je kan niet alleen een bepaald grafiektype op een bestaande grafiek toepassen, maar ook de standaardopmaak (Standaardopmaak aankruisen) die bij dat grafiektype hoort. Eventuele eigen opmaak die je reeds op de grafiek toegepast hebt, verdwijnt dan.
Aangepaste grafiektypen
Het tabblad Aangepaste typen (venster Grafiektype) is het Word 97-alternatief voor Automatische opmaak van grafieken uit Word 6/7. Ook hier krijg je een lijst met sjablonen te zien:
Om een grafieksjabloon toe te voegen, maak je eerst een grafiek op met alle kenmerken die je in de sjabloon wil opslaan. Selecteer in het tabblad Aangepaste typen de keuze Door de gebruiker gedefinieerd en klik op de knop Toevoegen. Geef het nieuwe grafiektype een naam en een eventuele omschrijving mee.
Grafiekopties
Het menu Grafiek bevat ook een keuze Grafiekopties die je in het venster Opties grafiek brengt waarin je verschillende grafiekelementen kunt aanpassen. In het voorbeeldvak krijg je onmiddellijk te zien hoe de aangebrachte wijzigingen de grafiek veranderen.

Het invoegen van organogrammen gebeurt nagenoeg zoals in de vorige Word-versie.
De werking van hoofd- en subdocumenten is weinig veranderd. De werkbalk Hoofddocument heeft er een knop bijgekregen: Subdocumenten uitvouwen/samenvouwen.
Bij subdocumenten uitvouwen krijg je de inhoud van alle subdocumenten te zien. Met dezelfde knop kun je de subdocumenten samenvouwen. Van elk subdocument blijft een hyperlink over. Een klik op die hyperlink en het betreffende subdocument wordt geopend.
56 Datacommunicatie, Internet en Intranet
Om documenten per e-mail of per fax te versturen, vind je in het menu Bestand, de keuze Verzenden naar waarbij je o.a. de keuze E-mailadres en Faxadres kunt maken.
Kies je E-mailadres dan word je Word-document als bijlage bij een e-mail bericht meegestuurd. Hierbij wordt Word als e-mail editor (WordMail) gebruikt.
Bij het versturen van een faxbericht word je geholpen door de Wizard Fax.
56.2 Internet/IntranetWord 97 – en Office 97 in het algemeen – is uitgerust met verschillende tools voor gebruik van Internet en Intranetten. We zetten een aantal mogelijkheden op een rijtje.
Opslaan in HTML-formaat
Elk Word-document kan in HTML-formaat opgeslagen worden. In het menu Bestand is hiervoor de keuze Opslaan als HTML-bestand rechtstreeks aanwezig.
URL-adressen en e-mailadressen als actieve hyperlinks
URL-adressen en e-mailadressen worden bij het intypen automatisch omgezet in actieve hyperlinks. (Menu Extra, AutoCorrectie, tabblad AutoOpmaak tijdens typen/AutoOpmaak keuze Vervangen Internet- en netwerkpaden door hyperlinks).
Hyperlinks worden opgemaakt met het opmaakprofiel Hyperlink (blauw onderstreept). Klik je op een e-mail adres, dan kan je een e-mailbericht opstellen en versturen. Klikken op een URL-adres brengt je op het Internet op de bijhorende website als je over een Internet-aansluiting beschikt.
Hyperlinks in Word-documenten

Met Invoegen, Hyperlink (Alt+Ctrl+H) kan je niet enkel een hyperlink naar een Internet/Intranetadres leggen, maar ook naar een ander document op je schijf.
Het navigeren via hyperlinks (surfen) kan inderdaad dus ook zeer goed gebruikt worden om tussen documenten en binnen documenten naar een bepaalde plaats te springen. In het venster Hyperlink invoegen kan je ook een documentnaam opgeven in het vak Koppelen aan bestand of URL en binnen dat document zelfs een bladwijzer, een benoemd bereik, een databaseobject of een dianummer in het vak Benoemde locatie in bestand.
Bij het invoegen van hyperlinks hoort het veld {hyperlink} waarin de verwijzing naar het document en de eventuele bladwijzer is opgenomen. Onderstaand voorbeeld legt een link naar de bladwijzer spuitbus in het bestand mina.doc:
{hyperlink "mina.doc" \l "spuitbus"}.
Je kan binnen een document ook een hyperlink maken naar een bepaald tekstdeel/databaseobject/ spreadsheetbereik… op volgende manier:
Verder vind je in het menu Bewerken de keuze Als hyperlink plakken. Hiermee voeg je de inhoud van het klembord als een hyperlink op de invoegpositie in.
Microsoft op het Web
Het menu Help is voorzien van een keuze Microsoft op het Web, waarachter heel wat toegangsmogelijkheden tot het Internet aanwezig zijn (zie illustratie rechts).
Telkens kom je op één van de Microsoft Internet-pagina’s terecht, waar je de gewenste informatie vindt. Uiteraard is ook hier een Internet-aansluiting nodig.
Ook een aantal dialoogvensters bevatten een knop met toegang tot informatie/documentatie op het Internet.
Web-werkbalk
Office 97 bevat ook een specifieke Web-werkbalk:
![]()
___1___2____3____4___5___6_______7__________8_________9______________10
|
1 |
Vorige. Brengt je in de vorige webpagina. |
6 |
Zoeken op het Internet. Activeert een pagina met zoektools op het Internet (instellen via Ga naar, zoekpagina instellen). |
|
2 |
Volgende. Brengt je in een volgende webpagina. |
7 |
Favorieten. Aanleggen lijst favoriete webpagina's. |
|
3 |
Stoppen. Stopt het zoeken naar een welbepaalde webpagina. |
8 |
Ga naar. Openen van webpagina, navigeren tussen webpagina's. Instellen startpagina en zoekpagina. |
|
4 |
Huidige pagina vernieuwen. Leest de huidige webpagina opnieuw in. |
9 |
Alleen werkbalk Web weergeven. Bespaart plaatsruimte. |
|
5 |
Startpagina. Activeert de standaard startpagina (instellen via Ga naar, startpagina instellen). |
10 |
Adres. Lijst van recent bezochte adressen. |
Wizard Webpagina
Voor het opzetten van een webpagina kan je de Wizard webpagina (menu Bestand, Nieuw, tabblad Webpagina’s) gebruiken, waar je uit verschillende types webpagina’s kan kiezen.
Deze wizard activeert ook de sjabloon HTML.DOT en de invoegtoepassing HTML.WLL. Hoef je de wizard niet, maar wil je toch HTML.DOT en HTML.WLL activeren, kies dan Bestand, Nieuw, tabblad Wegpagina's, Lege webpagina.
De sjabloon HTML.DOT en de invoegtoepassing HTML.WLL
Door het activeren van HTML.DOT en HTML.WLL beschik je over een aantal extra mogelijkheden voor het uitbouwen van je webpagina's:
Met de knop Horizontale lijn op de werkbalk Opmaak plaats je vlug een horizontale lijn voorzien van de laatst gekozen lijnstijl.
Word 97 helpt je ook bij het ontwerpen van invulformulieren op webpagina's:
- via Invoegen, Formulieren
- via de werkbalk Werkset Besturingselementen
- via het menu Beeld, Formulierontwerp of
- via de knop Formulierontwerp op de werkbalk Standaard.
Met de knoppen uit de werkbalk Werkset Besturingselementen kan je mooie formulieren ontwerpen.
Ook de mogelijkheid om tekst horizontaal over het scherm (heen en weer) te laten scrollen, is voorzien (menu Invoegen, Lichtkranttekst).
Nog meer animatiemogelijkheden met tekst zijn in het tabblad Animatie van het venster Lettertype (menu Opmaak, Lettertype) in te stellen. Zie ook punt 14.
In het menu Opmaak vind je altijd een keuze Achtergrond waarmee je een opvulkleur of opvuleffect (Kleurovergang, bitmappatroon, patroon of figuur) kan instellen voor de weergave van je webpagina's. De ingestelde achtergrond wordt ook gebruikt in de On line weergave.
Figuren kan je op de gebruikelijke wijze ook in je webpagina's opnemen. Bij het opslaan van HTML-pagina's worden de ingevoegde figuren automatisch als afzonderlijke GIF of JPG bestanden opgeslagen. Je kan figuren ook van een hyperlink voorzien.
Ook via de clipgalerie (menu Invoegen, Figuur, Illustratie) kan je illustraties, foto's, geluiden en videofragmenten in je webpagina's opnemen.
Op de website van Microsoft staan heel wat hulpmiddelen voor het afwerken van je webpagina's (achtergronden, knoppen, pictogrammen, geluiden, videoclips…). Je kan te allen tijde nakijken of je op je PC over de meest recente hulpmiddelen beschikt via Extra, AutoBijwerken.
Een aantal nieuwe mogelijkheden in PowerPoint 97 hebben we hierboven al in Word 97 besproken: het gebruik van de Office-assistent, Office Art met de vernieuwde werkbalk Tekenen, hyperlinks, opslaan als HTML… Hieronder zetten we de voornaamste wijzigingen die typisch voor PowerPoint 97 zijn op een rijtje.
57.1 Wizard AutoInhoud
Bij het starten van PowerPoint werd de Wizard inhoud starten (PowerPoint 95) vervangen door de Wizard AutoInhoud starten (PowerPoint 97). Er is een groot aantal voorgedefinieerde presentaties aanwezig waaruit je kan kiezen. Zo maak je heel snel een 'modelpresentatie' rond een uitgebreid aantal keuzethema's.
Bemerk overigens – en dat geldt ook voor andere wizards – dat je in het linkergedeelte van de wizard een overzicht krijgt van de stappen die de wizard doorloopt tussen het starten ervan en het voltooien. Zo kun je heel gemakkelijk volgen, en zelfs snel naar een bepaald onderdeel van de wizard springen.
In het menu Extra vind je de nieuwe opdracht PowerPoint Centraal. PowerPoint Centraal is eigenlijk een presentatie die vol zit met tips en trucks voor het maken van goede PowerPoint-presentaties. Daarbij wordt telkens verwezen naar de map ValuPack op de Office 97 cd-rom die heel wat extra illustraties, videoclips, geluidsfragmenten, sjablonen, invoegtoepassingen… bevat en ook naar de Microsoft website op het Internet waar ook heel wat extra's te vinden zijn om je presentaties nog beter te maken.
Na drie maand controleert PowerPoint Centraal automatisch of er nieuw materiaal op het Internet (Microsoft-website) ter beschikking is.
Via het menu Invoegen, Dia's uit bestanden kan je dia's uit andere presentaties overzichtelijk weergeven en met de knoppen Invoegen of Alles invoegen in je actieve presentatie opnemen.

Op de werkbalken Diasorteerder en Overzicht (Diasorteerderweergave of overzichtsweergave) is een nieuwe knop Samenvattingsdia voorzien. Selecteer vooraf de dia's die je wil samenvatten en een klik op de knop Samenvattingsdia voegt één of meerdere samenvattingsdia's vóór de eerste geselecteerde dia aan je presentatie toe. De samenvatting wordt gemaakt op basis van de titels in de geselecteerde dia's.
Een fout die wel eens gemaakt wordt, is het overladen van een dia met informatie. Overvolle dia's kan je met Extra, Dia uitvouwen snel opsplitsen in meerdere dia's. Elk opsommingselement van het hoogste niveau uit de 'overladen' dia krijgt een eigen afzonderlijke dia.
In het menu Opmaak vinden we de keuze Ontwerp toepassen in plaats van Ontwerpsjabloon toepassen. Er zijn een aantal nieuwe sjablonen beschikbaar, waarvan verschillende met vooraf ingestelde animaties. Deze animaties maken deel uit van het diamodel en worden dus automatisch opgenomen in de verschillende dia's die je in je presentatie opneemt.
PowerPoint beschikt over een aantal nieuwe animatie-effecten, zoals:
De opdracht Aangepaste animatie uit het menu Diavoorstelling maakt het instellen van animatie-effecten, de volgorde ervan en de tijdsduur voordat elke animatie begint, bijzonder overzichtelijk. Met de knop Voorbeeld kun je te allen tijde even controleren of de ingestelde animatie wel overeenkomt met je verwachtingen.
Het venster Aangepaste animatie bevat ook een tabblad Grafiekeffecten waarmee je de weergave van grafieken van animatie kan voorzien.
In het menu Diavoorstelling kan je ook nog met Vooraf ingestelde animatie een animatie-effect uit een lijst met animatie-effecten op een geselecteerd object toepassen.
Met Diavoorstelling, Animatievoorbeeld worden alle aangebrachte animatie-effecten in de actieve dia uitgevoerd in een diaminiatuurvenster.
Met de invoegtoepassing Aangepaste soundtrack kun je ondermeer achtergrondmuziek aan je presentatie toevoegen. Het gaat hier dus wel om een invoegtoepassing die standaard niet beschikbaar is in PowerPoint en die je vanuit de map ValuPack, submap Custsnd op de Office 97 cd-rom kunt installeren.
Eenmaal de invoegtoepassing geïnstalleerd, is in het menu Diavoorstelling de keuze Aangepaste soundtrack beschikbaar die je in het venster Muziekstuk brengt (zie links).
Er is keuze uit een groot aantal stijlgroepen met verschillende klankkarakters en je kan nog extra elementen toevoegen om de achtergrondmuziek te animeren.
Je kan de achtergrondmuziek in een volgende dia laten doorgaan (Doorgaan met afspelen, indien wordt afgespeeld – dit is de standaardinstelling) of stoppen (Afspelen stoppen, indien wordt afgespeeld).
Uiteraard kan je in een volgende dia ook met een nieuw muziekstuk starten.

Je bereikt het venster Gesproken tekst opnemen via Diavoorstelling, Gesproken tekst opnemen.
In het menu Diavoorstelling levert de keuze Actieknoppen een reeks actieknoppen op die je op je dia's kunt plaatsen. Een muisklik op zo'n knop – of zelfs enkel het aanwijzen van zo'n knop – resulteert in het uitvoeren van een handeling.
Zo zijn er knoppen die specifiek voorzien zijn om te navigeren naar een vorige of volgende, eerste of laatste dia (hyperlink), maar zoals je hier links in het venster Actie-instellingen merkt kan je ook een extern programma of een macro laten uitvoeren, een geluids- of videofragment afspelen…
In PowerPoint 95 was het venster Actie-instellingen beperkt aanwezig (menu Extra, Interactieve instellingen), maar dan wel zonder voorgedefinieerde actieknoppen.
Bemerk dat acties zowel kunnen uitgevoerd worden bij het klikken met de muis (tabblad Muisklik) als bij het aanwijzen met de muis (tabblad Muisaanwijzer op object).
Selecteer je een object in een dia, dan is het venster Actie-instellingen via het menu Diavoorstelling, Actie-instellingen rechtstreeks toegankelijk.
Kies je in het menu Bestand, Opslaan als HTML-bestand dan activeer je een gelijknamige Wizard die je begeleidt bij het opslaan van je presentatie in HTML-formaat.
De wizard voegt de nodige navigatieknoppen toe en kan de presentatie ook in een eigen frame laten draaien.
Je kan een presentatie op verschillende manieren opslaan. Heel belangrijk is de stap waar je een afbeeldingstype kiest:

In het venster Opslaan als kan je bij Bestand opslaan als een presentatie als PowerPoint-voorstelling opslaan (extensie pps). Door dan bijvoorbeeld in de Windows-verkenner op een PPS-bestand te dubbelklikken, wordt de diavoorstelling onmiddellijk gestart.
Via het menu Beeld, Sprekersnotities open je een mini-venster Sprekersnotities waarin je notities kunt intypen zonder de diaweergave of overzichtsweergave te moeten verlaten en naar de notitieweergave te schakelen.
In verschillende weergaves zie je de actieve dia ook in diaminiatuur. Zo kan je b.v. in de overzichtsweergave in het oog houden als een dia niet te overladen wordt met tekst en gegevens, omdat je effectief ziet – in miniatuur – hoeveel ruimte de ingetypte tekst op de dia inneemt.
De weergave van een diaminiatuur kan je via het menu Beeld, Miniatuur al dan niet instellen.
Beschik je over een null-modemkabel dan kan je twee computers met elkaar verbinden via het menu Diavoorstelling, Op twee schermen weergeven. Op beide toestellen moet PowerPoint 97 geïnstalleerd zijn.
Gebruik je de wizard Netwerkpresentatie (menu Extra, Netwerkpresentatie) dan kan je de presentatie via een netwerk (Windows NT, Novell, Internet…) aan een breder publiek voorstellen.
Via het menu Diavoorstelling, Diavoorstelling instellen stel je in hoe de presentatie uitgevoerd moet worden.
Stel je een presentatie als spreker aan een ruim publiek voor, dan kan je Gegeven door een spreker kiezen. De voorstelling neemt het volledige scherm in, in tegenstelling tot de keuze Bekeken door één persoon waar de voorstelling in een venster met beperkte werkbalk draait.
Bij de voorstelling Bekeken in een kiosk wordt de presentatie op het volledige scherm weergegeven en kan het publiek via de aanwezige knoppen en hyperlinks de presentatie interactief besturen zonder de presentatie zelf te kunnen wijzigen. Na een periode van vijf minuten inactiviteit begint de presentatie automatisch opnieuw.
Verder kan je de eventuele aanwezige gesproken tekst en animatie wel/niet weergeven.
De keuze Try-out voor tijdsinstellingen is rechtstreeks in het menu Diavoorstelling bereikbaar en maakt niet langer deel uit van het venster Diavoorstelling instellen.
Het uitvoeren van de presentatie zelf gebeurt ofwel via het menu Beeld, Diavoorstelling of via Diavoorstelling, Voorstelling weergeven.

Vaak wordt een presentatie – met lichte verschillen qua inhoud en/of volgorde – voor verschillende doelgroepen gebruikt. Via het menu Diavoorstelling, Aangepaste voorstelling kan je binnen één presentatie verschillende voorstellingen samenstellen waarbij je per voorstelling selecteert welke dia's je wil weergeven.
Via de knop Nieuw (venster Aangepaste voorstellingen) kan je verschillende aangepaste voorstellingen maken met de dia's die je binnen die bepaalde voorstelling wil weergeven. Elke aangepaste voorstelling geef je een eigen naam. In het venster Aangepaste voorstellingen selecteer je de gewenste aangepaste voorstelling die je met de knop Weergeven start.