Deel 2 ¨ Gevorderd gebruik

26 Opmaakprofielen

26.1 De lijst met opmaakprofielen

In de lijst met opmaakprofielen die je via de werkbalk Opmaak laat verschijnen, zie je niet enkel de namen van de opmaakprofielen, maar nu ook reeds een voorstelling van hoe de opmaak van de opmaakprofielen eruit ziet (zie illustratie hiernaast).

Het -teken en het a-teken geven aan of het om een alineaopmaakprofiel dan wel om een tekenopmaakprofiel gaat (ook al in Word 7).



















26.2 Opmaakprofielen wijzigen op basis van voorbeeldtekst

Het dialoogvenster Opmaakprofiel opnieuw toepassen is vervangen door het dialoogvenster Opmaakprofiel wijzigen.








Als je direct toegepaste opmaak in een alinea aanbrengt, kan je nu als volgt deze opmaak al dan niet in het opmaakprofiel overnemen:

26.3 Een alinea-opmaakprofiel automatisch bijwerken

Vanuit het venster Opmaakprofiel wijzigen kan je Opmaakprofiel vanaf nu automatisch bijwerken kiezen of via Opmaak, Opmaakprofiel, knop Wijzigen kan je Automatisch bijwerken instellen. In beide gevallen wordt elke opmaakwijziging die je nu in een alinea aanbrengt die met het betreffende alinea-opmaakprofiel opgemaakt is, onmiddellijk en automatisch in het opmaakprofiel opgenomen. Alle andere alinea’s die met hetzelfde opmaakprofiel opgemaakt zijn, worden dus automatisch mee-aangepast.

26.4 De inhoud van de toegepaste profielen weergeven

Gebruik Shift+F1 of Help, Wat is dit? om van de alinea waarin je met de muisaanwijzer – die nu een vraagteken met zich meedraagt – klikt een overzicht van de gebruikte alinea- en tekenopmaak te zien.

27 Tekst automatisch opmaken

De knop voor het uitvoeren van de automatische opmaak is niet langer standaard voorzien in Word 97. Wel kan je de sneltoets Ctrl+K gebruiken of in het menu Opmaak voor AutoOpmaak kiezen.

Kies:

Nieuw is ook dat je een type document kan kiezen (Algemeen, brief, e-mail) als basisreferentie voor de automatische opmaak.

Het instellen van de opties voor Automatische opmaak – zowel tijdens het typen als achteraf – gebeurt nu vanuit het menu Extra, AutoCorrectie, tabblad AutoOpmaak tijdens typen en AutoOpmaak.

27.1 Enkele nieuwe opties die standaard ingesteld zijn

Vervangen *Vet* en _cursief_ door echte opmaak

Reeds besproken bij punt 11.

Vervangen Internet- en netwerkpaden door hyperlinks

Het intypen van een internetadres (b.v. http://www.microsoft.com), een e-mailadres (devriendt@unicall.be) of een netwerkpad (\\oefen\word\permeke.doc) wordt automatisch omgezet in een levende hyperlink. Door op die hyperlink te klikken surf je naar de opgegeven website, adresseer je een e-mail bericht of open je het betrokken document.

De nieuwe mogelijkheid voor toepassing van automatische opmaak tijdens het typen van tabellen maakt het mogelijk met +-tekens en –-tekens een tabelletje te maken. De min-tekens (-) duiden de breedte van de kolommen aan en de +-tekens geven de scheiding tussen kolommen aan.

Typ je dus dit in:

+-----------+-----------+------+------+-----------+

Dan krijg je onderstaand tabelletje als resultaat:

 

 

 

 

 

 




 

27.2 Begin van item in lijst opmaken zoals voorgaand item

Als je items uit een lijst begint met één of meer woorden te benadrukken (vet, cursief…), dan neemt Word 97 die opmaak automatisch over van het eerste item naar de volgende items in de lijst. Een leesteken (dubbelpunt, uitroepteken, vraagteken, punt…) scheidt de opgemaakte tekst van de gewone tekst. Een voorbeeld:

  • Stap 1: Open het menu Extra.
  • Stap 2: Kies onderaan voor Opties.
  • Stap 3: Activeer het tabblad Weergave.
  • Stap 4: Kruis Bladwijzers aan.

Enkel bij ‘Stap 1:’ gebruik je de opmaak Vet. ‘Stap 2’, ‘Stap 3’ en ‘Stap 4’ worden automatisch vet geplaatst. Na het dubbelpunt krijg je telkens gewone opmaak (geen vet).



27.3 Opmaakprofielen definiëren op basis van opmaak

In een aantal gevallen wordt direct toegepaste opmaak op tekst automatisch in een opmaakprofiel opgenomen.

Begin je bijvoorbeeld een document met een kop die je – via direct toegepaste opmaak – centreert, vet zet, 18 pt. groot maakt en in een kader plaatst, dan wordt het opmaakprofiel Titel automatisch in die zin aangepast en toegepast. Staat diezelfde begintitel links, dan wordt de ingestelde opmaak automatisch in het opmaakprofiel Kop 1 opgenomen en wordt Kop 1 toegepast.

28 Opmaak kopiëren

Blijft zoals het was.


29 De pagina-indeling aanpassen

Zoals in vorige versies. Normaal werken we altijd met A4-papierformaat. Bij de Afdrukopties (menu Extra, Opties tabblad Afdrukken) zorgt het ingeschakelde Formaat zo nodig wijzigen in A4/Letter ervoor dat, als je een document krijgt met als papierformaat b.v. Letter i.p.v. A4, het papierformaat enkel bij het afdrukken tijdelijk naar A4-formaat omgezet wordt.


30 Voetnoten en eindnoten

Het symbool voor voetnootmarkering bij het vervangen is ^f (Engels: footnote) en niet ^v.

31 Automatische nummering

Het aanbrengen van nummering is – gelukkig maar – een stuk eenvoudiger geworden.

31.1 Het nummeren van lijsten en overzichten



Kies Opmaak, Opsommingstekens en nummering, tabblad Meerdere niveaus. Uit de acht beschikbare mogelijkheden sluit de derde mogelijkheid het best bij de BIN-normen aan.

Toch moeten we via de knop Aanpassen de nummering nog fijnregelen.

In tegenstelling tot vorige versies van Word kan je nu wel vlot tussen de verschillende niveaus wisselen. Een kleine vergetelheid bij één van de niveaus betekent niet langer dat je volledig opnieuw moet beginnen.

De nummering al dan niet onderbreken

Je onderbreekt de nummering door twee keer op return te drukken of door in het tabblad Meerdere niveaus van het venster Opsommingstekens en nummering de keuze Geen te kiezen.

Bij het verderzetten van de nummering in een lijst die onderbroken wordt door alinea’s die niet genummerd worden, heb je in het venster Opsommingstekens en nummering bij Lijstnummering de keuze uit:

De vroegere keuzes Nummering overslaan en Nummering stoppen hebben we dus niet meer nodig.

De nummering bij reeds ingetypte tekst aanpassen

Kies via de rechtermuisknop voor Inspringing verkleinen of Inspringing vergroten (i.p.v. Verhogen of Verlagen).

31.2 Het nummeren van kopjes in tekst (BIN)

De functie Kopnummering bestaat niet langer. Voor het nummeren van kopjes gebruik je eveneens het venster Opsommingstekens en nummering, tabblad Meerdere niveaus (menu Opmaak).

De standaard zesde mogelijkheid lijkt het best op de BIN-nummering.

In het venster Lijst met meerdere niveaus aanpassen krijg je normaal niet alle mogelijkheden te zien. De knop Meer voegt nog enkele extra mogelijkheden aan het venster toe:

In het vak Niveau koppelen aan opmaakprofiel geef je het opmaakprofiel op waarin de ingestelde nummering opgenomen wordt. Gebruik van die opmaakprofielen – standaard de kopopmaakprofielen Kop 1 tot Kop 9 – zorgt dan voor genummerde kopjes.

Tussen een nummer en de bijhorende tekst kan je nu zelf bepalen welk scheidingsteken er moet komen: een tabteken (standaard), een spatie of niets (Nummer laten volgen door).

De andere mogelijkheden zijn voorlopig van minder belang.

32 Overzichtsweergave en documentstructuur

De mogelijkheden van de Overzichtsweergave zijn t.o.v. Word 6/7 nauwelijks veranderd.

In 3.3 werd het gebruik van de Documentstructuur (menu Beeld) besproken als handig instrument voor het bekijken van de documentstructuur en voor het snel verplaatsen van de invoegpositie naar een bepaald item binnen de documentstructuur.

In de documentstructuur kan je echter ook het aantal niveaus dat je wil weergeven instellen. Klik op een +-teken vóór een kop om een lager liggend niveau weer te geven en op een – -teken om lager liggende niveaus te verbergen.

Via de rechtermuisknop bekom je het menu dat hier rechts geïllustreerd is. Ook daar kun je het aantal weergegeven niveaus bepalen.

Beschik je ook nog over een IntelliMouse, dan kun je in de documentstructuur aan het wiel draaien terwijl je de Shift-toets ingedrukt houdt. Draai voorwaarts om niveaus uit te klappen en achterwaarts om niveaus terug samen te vouwen.

 

33 Bestandsbeheer en bestanden zoeken vanuit Word

In het tabblad Statistieken (menu Bestand, Eigenschappen) kan je het aantal tekens dat je document telt aflezen, de spaties in je document al dan niet meegeteld.

Deze telling is ook via het menu Extra, Woorden tellen mogelijk, waar je de tekens in de eventuele voet- en eindnoten al dan niet kan laten meetellen.

De mogelijkheden voor het zoeken naar bestanden binnen Word 97 zijn identiek aan die van Word 7. Je kan natuurlijk ook via Windows (Start, Zoeken) op zoek gaan naar bestanden.




34 Een document indelen in secties

Bij het Zoeken/vervangen stelt het symbool ^b een sectie-einde voor.

Het is niet langer mogelijk om met de Backspace-toets een sectie-einde te verwijderen.


35 Tekstkolommen

Idem Word 6/7.


36 Randen en arcering

De mogelijkheden van omranden en arcering zijn gevoelig verbeterd. Het is nu naast het omranden en arceren van volledige alinea’s ook mogelijk om één of meerdere tekens in een document te omranden of van arcering te voorzien.

Omranding en arcering nu ook als tekenopmaak

Het omranden/arceren kan dus zowel als alinea-opmaak dan als tekenopmaak toegepast worden:

Gebruik je de omranding als tekenopmaak in een opmaakprofiel voor kopjes, dan komt de breedte van de omranding/arcering precies overeen met de lengte van je kopje. De omranding/arcering hoeft dus niet langer de volledige tekstbreedte in beslag te nemen (omranding als alinea-opmaak).

Het aanbrengen van omranding en arcering



De Werkbalk Randopmaak uit Word 6/7 bestaat niet langer. Op de werkbalk Opmaak is nu wel een knop Kader voorzien die de werkbalk Randen activeert en waarmee je omranding – geen arcering – kan aanbrengen (zie illustratie hierboven rechts).

Op de werkbalk Standaard is een knop Tabellen en randen aanwezig (zie illustratie hierboven links), die de werkbalk Tabellen en randen activeert. Op deze werkbalk vind je enkele knoppen die de omranding/arcering mogelijk maken:



Via het menu Opmaak, Randen en arcering kom je in het venster Randen en arcering terecht:

Pagina’s omranden



Via het tabblad Paginarand kan je nu heel snel en eenvoudig één of meerdere pagina’s omranden. Je bepaalt zelf hoe je omranding er moet uitzien. In de lijst Illustraties kan je uit tientallen objecten kiezen waarmee omrand wordt. Bij Toepassen op bepaal je op welke pagina(‘s) van je document de omranding moet aangebracht worden. Via de knop Opties regel je waar de omranding precies moet komen (afstand t.o.v. paginarand of tekst; al dan niet rond de eventuele kop- of voettekst).

Arceren

In het tabblad Arcering zijn de keuzes Voorgrond/Achtergrond vervangen door Stijl/Kleur.


37 Tabellen

37.1 Tabellen tekenen

De meest in het oog springende vernieuwing bij het maken van tabellen is ongetwijfeld de nieuwe manier waarmee je de structuur van een tabel kan tekenen: met potlood en vlakgom.

Zowel via het menu Tabel, Tabel tekenen als via de knop Tabel tekenen op de werkbalk Tabellen en randen krijg je een potlood te zien waarmee je als volgt zelf een tabel kunt ‘tekenen’:

Zo kun je – naast de reeds bestaande manieren van Word 6/7 – bijzonder vlot een tabel ontwerpen.

37.2 Tabellen invoegen

Uiteraard kan je nog altijd via Tabel, Tabel invoegen een nieuwe tabel in je document invoegen. Het venster Tabel invoegen is evenwel lichtjes gewijzigd:


37.3 De breedte van de kolommen

Je kan de breedte van één of meerdere kolommen nog altijd via Tabel, Celhoogte en –breedte instellen. De vroegere knop Best Passend kreeg nu wel AutoAanpassen als naam.

Gebruik je de muis om de kolomgrenzen te slepen en aldus een kolom te verbreden/versmallen, dan moet je met volgende wijzigingen rekening houden:

Word 97

Actie

Word 6/7

Gewoon slepen

Enkel de breedte van de kolom direct rechts past zich aan.

Shift + slepen

Ctrl + slepen

De breedte van alle kolommen rechts wordt evenredig aangepast.

Gewoon slepen

Shift + slepen

De totale breedte van de tabel past zich aan.

Ctrl+Shift+slepen

Ctrl + Shift + slepen

Alle kolommen rechts worden even breed.

Ctrl+slepen

Je kan nu heel snel enkele geselecteerde kolommen dezelfde breedte geven door te kiezen voor Kolommen gelijkmatig verdelen (menu Tabel of knop op de werkbalk Tabellen en randen).

Ook de hoogte van enkele geselecteerde rijen kan gelijkaardig aangepast worden: kies dan voor Rijen gelijkmatig verdelen (menu Tabel of knop op de werkbalk Tabellen en randen).

37.4 Randen en arcering

Alle cellen in een tabel worden nu standaard enkelvoudig omrand. Voor het wijzigen van de omranding en eventueel aanbrengen van arcering maak je gebruik van de mogelijkheden die in punt 36 besproken werden.

37.5 Cellen verticaal samenvoegen en uitlijnen

Een vaker gesignaleerd tekort bij de tabellenfunctie in Word 6/7 is het feit dat cellen niet verticaal kunnen samengevoegd worden. Dit kan nu zonder probleem via het menu Tabel, Cellen samenvoegen of via de knop Cellen samenvoegen op de werkbalk Tabellen en randen.

Op de werkbalk Tabellen en randen komen ook drie knoppen voor waarmee je de inhoud van (samengevoegde) cellen verticaal kan uitlijnen: boven, midden of onder.

37.6 Tekstrichting

In Word 97 kan je ook de richting van de tekst in een tabel veranderen. Zo moeten kolommen met langere titels bovenaan niet onnodig breed zijn.

Dit kan zowel met de knop Tekstrichting wijzigen (werkbalk Tabellen en randen) als via het menu Opmaak, Tekstrichting. In dit laatste geval krijg je het venster Tekstrichting – Tabelcel te zien. Je kan tekst 90° of 270° roteren. Tekst die 270° wijzerzin geroteerd is, is alvast beter leesbaar dan tekst die 90° gedraaid is.



37.7 Een tabel horizontaal uitlijnen

Om een geselecteerde tabel uit te lijnen (middenen, links of rechts uitlijnen), kan je nu gewoon de knoppen Centreren en Links of Rechts uitlijnen gebruiken. Met de knoppen Inspringing vergroten en Inspringing verkleinen laat je de tabel eventueel inspringen t.o.v. de linkermarge.


38 Inhoudsopgaven en indexen

De nummering van de kopjes wordt in de inhoudsopgave nog altijd als tekst opgenomen. Nà het nummer wordt nu echter normaal wel automatisch een tabulatie aangebracht (zie ook 31.2). Het vervangen van de spatie nà het nummer (Word 6/7) door een tabulatie hoeft dus niet meer. Wel moeten de opmaakprofielen Inhopg 1 tot Inhopg 9 aangepast worden: zelfde tabstop, inspringen vanaf niveau 2 wegwerken, hangend (verkeerd-om) inspringen…

Wijs je in de inhoudsopgave een paginanummer aan, dan krijg je een handje te zien. Klik op dit handje en je staat onmiddellijk bij het betreffende documentonderdeel.

De veldcode die bij het markeren van indexgegevens gebruikt wordt, is XE (en niet meer XG).


39 Werken met sjablonen

Het gebruik van sjablonen werkt zoals in Word 6/7. Het venster Sjablonen en invoegtoepassingen (invoegtoepassingen i.p.v. invoegobjecten!) is niet langer via het menu Bestand, maar wel via het menu Extra bereikbaar.

Enkele wizards zijn verdwenen ten voordele van een paar nieuwe wizards. Zo is er bijvoorbeeld de nieuwe Wizard Brief die je stap voor stap helpt bij het maken van een brief.



40 Tekstfragmenten (AutoTekst) en autocorrectiefragmenten

De functie AutoCorrectie werd in punt 4 en punt 8.2 besproken en is uitgebreid met o.a. een tabblad AutoTekst, de nieuwe benaming voor Tekstfragmenten. Enkele mogelijkheden van AutoTekst werden al hoger besproken.

Om een Autotekstfragment op te slaan, ga je als volgt te werk:

Om een bestaand AutoTekst-fragment in je document in te voegen, zijn er verschillende mogelijkheden:

Indien je dat wil, kan je de speciale werkbalk AutoTekst activeren (menu Beeld, Werkbalken). Je kan de knoppen op die werkbalk dan gebruiken in plaats van het menu Invoegen, AutoTekst.


41 Documenten samenvoegen: mailings maken

Het maken van een mailing verloopt net zoals in Word 6/7. In het venster Afdruk samenvoegen is nu een keuze voorzien (via knop Maken) om van een hoofddocument terug een gewoon Word-document te maken (Herstellen tot normaal Word-document).